Burn-out is hot. Enfin, toch als je er de vele berichten over leest. Iedereen kent wel iemand die langdurig “thuis zit met een burn-out”, en we zien die stijgende trend ook in de officiële cijfers: over de periode 2018-2023 zagen we een toename van maar liefst 70% (Bron: RIZIV).
Toch blijft het moeilijk om er vat op te krijgen en verandert er weinig.
De reflex blijft vaak om de oplossing te zoeken bij het individu: we zorgen voor coaching, we zetten een fruitmand klaar, organiseren yoga sessies, we leren hoe je grenzen stelt en hoe je met stress kan omgaan.
Maar wie kijkt naar het wetenschappelijk onderzoek rond burn-out ziet iets anders. Daar wordt burn-out niet beschreven als een individueel falen, maar als het gevolg van een langdurige mismatch tussen wat het werk vraag en wat iemand nodig heeft om dat werk vol te houden.
Onderzoek rond neurodivergentie brengt die mismatch nog scherper in beeld. Daar zien we terugkerende patronen zoals sensorische overbelasting, sociale complexiteit en aanpassing aan impliciete normen als voorlopers van burn-out. Neurodivergente medewerkers maken vaak zichtbaar waar het systeem voor iedereen dreigt te falen.
Wat is de link tussen neurodivergentie en burn-out?
Waarom is het de moeite om burnout te bekijken van de lens van neurodivergentie, of neurodivergentie doorheen de lens van burnout? Dat ontdekken we in de volgende vragen & antwoorden.
Lopen neurodivergente medewerkers meer risico op een burn-out?
Neurodivergente medewerkers rapporteren vaker uitputting, en zeker in de literatuur rond autisme wordt burn-out vaak genoemd (Ali et al, 2025). Tegelijkertijd ontbreken robuuste cijfers die exact aantonen hoeveel groter dat risico dan is in vergelijking met neurotypische collega’s.
De ervaring is dus goed gedocumenteerd, maar we weten niet hoe groot het verschil juist is.
Wat maakt dat neurodivergente medewerkers sneller uitgeput raken?
Burn-out ontstaat wanneer de balans tussen belasting en ondersteuning structureel scheef zit. Het Job Demands – Resources model beschrijft dit mechanisme en is goed onderbouwd in de wetenschappelijke literatuur. Demands zijn alles wat energie vraagt (hoeveelheid en complexiteit van taken, prikkels in de omgeving, …) en resources zijn alles wat iemand helpt om daarmee om te gaan (duidelijkheid, emotionele steun, autonomie, …). Wanneer het evenwicht gedurende lange tijd zoek is, ontstaat er uitputting.
Dat mechanisme, dat geldt voor iedereen. Maar de concrete invulling van die demands en resources, die kan verschillen, en dat is waar neurodivergentie een rol in kan spelen. Overprikkeling, impliciete sociale verwachtingen, onbegrip: iedereen krijgt hier al wel eens mee te maken, maar veel neurodivergente medewerkers ervaring dit als structurele bronnen van (over)belasting (Tomczak & Kulikowski, 2023).
Is een “neurodivergente” of “autistische” burn-out hetzelfde als een andere burnout?
Ja en nee. Het mechanisme is hetzelfde: er wordt structureel méér gevraagd dan wat iemand aankan (Tomczak & Kulikowski, 2023). Onderliggend zijn er wel een paar verschillen. Zo betalen neurodivergente medewerkers een extra tol doordat ze maskeren: ze sturen hun gedrag constant bij om niet op te vallen, en dat kan een ware uitputtingsslag zijn (Arnold et al., 2023 – zie ook volgende vraag). Net omdat dat een heel structurele inspanning is, kan dit ertoe leiden dat de uitputting dieper gaat en dat herstel langer duurt (Raymaker, 2020). Bovendien zien we dat herstel vaak ook vraagt dat iemand om een andere manier leert om te gaan met diens verschil (zodat masking minder onbewust en minder pervasief wordt), en dat is een andere opdracht dan bij een klassieke burnout (Raymaker, 2020).
Welke rol speelt “masking” in burn-out?
Iedereen past zich aan op het werk, en dat is ook maar normaal – anders zou samenwerking wel héél lastig worden. Maar bij neurodivergente werknemers kan masking een kostbare strategie zijn, in de twee betekenissen van het woord. Kostbaar, omdat het ervaren wordt als levensnoodzakelijk. Maar ook kostbaar omdat het handenvol energie kost. Masking is echt een tweesnijdend zwaard, waardoor enerzijds de neurodivergente medewerker succesvol is op het werk (Cage & Troxell-Whitman, 2019), maar die anderzijds leidt tot mentale en emotionele uitputting (Arnold et al., 2023).
Wat kan een leidinggevende eraan doen?
Burn-outs nemen steeds sneller toe, en kosten niet alleen gezondheid aan de medewerker, maar ook geld aan organisatie. Iedereen wil er dus iets aan doen, maar hoe pak je dat aan?
Waarom zeggen medewerkers niet gewoon wat ze nodig hebben?
Deze vraag horen we vaak van leidinggevenden, en ze is heel logisch. Maar in werkelijkheid is het vaak niet zo eenvoudig. Om te beginnen voelen mensen zich niet altijd veilig om ondersteuning te vragen. Ze vrezen – en niet altijd onterecht – dat ze gezien gaan worden als lastig, weinig gemotiveerd, misschien zelfs incompetent. Dan is zwijgen een rationele keuze.
Mensen weten ook vaak niet heel goed wat ze juist nodig hebben. Ze voelen misschien dat ze ongemakkelijk worden in de teammeeting, maar de onderliggende nood kan heel uiteenlopende zijn: missen ze een duidelijke structuur, moeten ze te lang stilzitten, staan er teveel onderwerpen op de agenda die voor hen niet relevant zijn, geraken ze overprikkeld… Dat is meestal niet zo eenvoudig om te benoemen.
En tenslotte denken veel neurodivergente medewerkers dat ze pas om ondersteuning kunnen vragen wanneer ze hun diagnose delen, en dat voelt onveilig, en doen ze liever niet wanneer dat niet nodig is. Ook dat is een rationele keuze wanneer je weet dat vooroordelen nog altijd welig tieren op de werkvloer (Wissel et al., 2022).
Redenen genoeg dus, waarom mensen het moeilijk vinden om “gewoon” te zeggen wat ze nodig hebben. Krijg je daar graag wat hulp bij? Dan biedt onze BREINwijs-methodiek misschien wel een oplossing: wel functionele noden, geen diagnoses.
Welke rol speelt psychologische veiligheid hierin?
Psychologische veiligheid is de situatie waarin mensen voelen dat ze zich mogen uitspreken zonder dat ze hier sociaal of professioneel voor afgestraft worden. Dat kan gaan over het benoemen van de noden waar we het daarnet over hadden, maar ook over het uitspreken van onzekerheid, het vragen om hulp of je eigenheid tonen. Psychologische veiligheid is een basisvoorwaarde voor neuroinclusie en functioneert als buffer tegen burn-outs.
In grote studies zien we dat hogere psychologische veiligheid sterk samenhangt met lagere burn-out cijfers, ook in periodes van hoge werkdruk en emotionele belasting (Bahadurzada et al., 2024). Logisch, want wanneer problemen benoemt mogen worden, kunnen ze ook aangepakt worden.
Wat zegt burn-out over jouw organisatie?
Is burn-out een individueel probleem, of een organisatieprobleem?
Als je kijkt naar de mechanismes die burn-out triggeren of bufferen, wordt het moeilijk om burn-out als een individuele verantwoordelijkheid te positioneren. Als je veel burn-outs ziet in een team, ligt dat dus niet aan de kracht of de zwakte van de medewerkers. Het ligt ook niet uitsluitend aan de werkdruk of de emotionele belasting.
Burn-out ontstaat in de interactie tussen belasting, ondersteuning, en de onderlinge relaties. En dat is waar neurodivergente medewerkers vaak als eerste geraakt worden. Dat maakt van hen (ons) geen zwakke schakels, maar wel kanaries in de koolmijn. Diezelfde belasting, hetzelfde gebrek aan ondersteuning, dezelfde spanning speelt ook neurotypische medewerkers parten – alleen duurt het bij hen misschien net iets langer voor dat tot uitval leidt.
Wat kunnen we leren van burn-out?
Vraag het aan iedereen die ooit in een burn-out geraakt is: als individu leer je hier veel uit, ondermeer over wat je echt nodig hebt, en hoe je grenzen kan stellen. Maar dat leerproces is ongelooflijk zwaar en heeft een lange termijn effect op je gezondheid.
Als organisatie kan je ook heel veel leren van burn-outs. Het is immers geen toevallige of willekeurige uitkomst, het toont je waar de balans tussen belasting en ondersteuning structuur scheef zit. Als medewerkers uitvallen – neurodivergent of niet – zegt dat iets over die balans. Als je hier bovendien door verrast wordt omdat ze nooit iets gezegd hebben, weet je dat de psychologische veiligheid ondermaats is.
Die informatie kan je gebruiken om een werkomgeving te creëren die voor iedereen gezonder is. Neurodivergent én neurotypisch. Medewerker én manager.
Welke rol speelt leiderschap in dit verhaal?
Zowel management als leiderschap spelen een rol in burn-outs.
Management bepaalt de organisatie van het werk. Het bepaalt hoeveel autonomie medewerkers krijgen, hoe zwaar de werkdruk is voor het team en voor individuele medewerkers, hoe duidelijk en haalbaar verwachtingen zijn, …
Leiderschap is breder en minder operationeel, en speelt misschien nog een crucialere rol omdat leiderschap in sterke mate de psychologische veiligheid bepaalt in een team. En dat is dan weer een beschermende factor, ook bij toegenomen werkdruk. Leiderschapsstijlen die inzetten op vertrouwen en openheid vertalen zich in minder burn-out (Graf et al., 2025), terwijl micromanagement en toxisch leiderschapsgedrag net het omgekeerde effect hebben (Gravili et al., 2022).
Waarom dit ook economisch relevant is
Burn-out heeft een menselijke en maatschappelijke impact, maar ook een financiële impact voor de organisatie. Internationale studies tonen aan dat de kost voor werkgevers oploopt tot duizenden euro’s per medewerker per jaar (Martinez et al., 2025). Expertise gaat verloren, de druk op teams neemt verder toe, dossiers blijven liggen, projecten lopen vertraging op. En dat terwijl de eerste stappen in de richting van een meer inclusieve en gezonde organisaties helemaal niet zo duur zijn. Psychologische veiligheid kost niets, behalve een bewuste keuze en voldoende aandacht. Het lost niet alles op, maar wel veel. Het creëert een ruimte waarin de waarschuwing van de kanaries opgepikt wordt, en er ingegrepen kan worden voor het te laat is. En dat brengt op. In engagement, in kwaliteit, en uiteindelijk ook in euro’s.
Muriel Van Gompel
Consultant neurodiversiteit & organisatieontwikkeling
Door haar jarenlange ervaring in leidinggevende functies kent Muriel de realiteit van het bedrijfsleven door en door. Die ervaring combineert ze met een uitgebreide kennis over (neuro)diversiteit én over specifieke neurotypes. In de begeleiding van teams en organisaties slaagt Muriel erin complexe thema’s toegankelijk en toepasbaar te maken. Haar aanpak combineert wetenschappelijke inzichten met praktijkervaring, en stelt haalbaarheid voorop.
Zij begeleidt zowel de Neurotalk! en de Neurodiscovery sessies, en doet dit in het Nederlands, het Frans, het Engels of een combinatie van de drie talen.




