Van diagnose naar dialoog

door | aug 31, 2025

BREIN-wijs: 5 dimensies om neuroinclusie op het werk concreet te maken

Een diagnose kan op persoonlijk vlak een wereld van verschil maken. Ze biedt taal, erkenning, inzicht – en vaak ook handvatten om jezelf beter te begrijpen. Maar op de werkvloer is datzelfde label soms een struikelblok. Niet omdat het op zich fout is, wel omdat het al te snel verengd wordt tot stereotypen. En omdat we van leidinggevenden onmogelijk kunnen verwachten dat ze elke diagnose kennen en correct interpreteren. Wat betekent autisme precies? ADHD? Dyslexie? Het antwoord verschilt van persoon tot persoon.
Daarom kiezen wij bij Mindflow bewust voor een andere, meer praktische aanpak van neurodiversiteit. Geen focus op ‘wat iemand heeft’, maar op hoe iemand werkt. Geen standaardlijst van kenmerken, maar 5 dimensies waarop ieders brein zich anders gedraagt – samengebracht in de BREIN-wijs aanpak. Dat perspectief maakt neuro-inclusie niet alleen werkbaarder, maar ook effectiever.

Waarom we anders moeten kijken naar verschil

Diagnoses zijn waardevol, maar niet altijd bruikbaar op de werkvloer. Veel mensen zijn zelf nog zoekende, of kiezen ervoor om hun diagnose niet te delen op het werk. En terecht – openheid mag nooit een voorwaarde zijn om goed ondersteund te worden. Maar dat betekent wél dat we een andere bril nodig hebben: één die kijkt naar gedrag, context en voorkeuren – niet naar labels.

Door te vertrekken van werkstijl en breinvoorkeuren, vermijd je veralgemeningen. En je maakt ruimte voor ondersteuning die werkt, ongeacht of iemand zich herkent in een diagnose of niet. Wat we vandaag nodig hebben op de werkvloer, is niet méér medische of psychologische kennis, maar een praktische manier om verschillen te herkennen en erop in te spelen.

 

BREIN-wijs: 5 dimensies van verschil

In onze praktische BREIN-wijs aanpak vertrekken we vanuit 5 dimensies waarop breinen merkbaar anders functioneren. Elk van deze dimensies beïnvloedt hoe iemand werkt, communiceert en zich voelt op het werk. Maar ook: waar iemand staat op elk van deze dimensies, verschilt van dag tot dag, en van situatie tot situatie. Dit model is dus géén uitnodiging om mensen in te schalen, wél om het gesprek aan te gaan over specifieke noden en sterktes. 

 

B voor Balans (prikkelverwerking)

Drukke landschapskantoren, wisselende prioriteiten, voortdurend schakelen: niet elk brein floreert in zo’n omgeving. Sommigen worden gek van al die prikkels, anderen zoeken net extra stimulans. Beide profielen brengen waarde: prikkelgevoelige collega’s signaleren risico’s vroeg en bewaken kwaliteit in rustige focus; prikkelzoekers brengen energie, schakelkracht en vaart in dynamische fases.

Wat je ziet in de samenwerking: verschillen in gevoeligheid voor geluid/licht, behoefte aan voorspelbaarheid, vermoeidheid na veel meetings, moeite met ad-hoc wissels of juist energie van variatie.

Wat kan helpen in het werk: ononderbroken focustijd, variatie en keuze in werkplekken en in samenwerking (overleg vs asynchrone updates), …

 

R voor Redeneren (denkstrategieën)

Sommige breinen denken in beelden, anderen in woorden. Sommigen springen associatief, anderen lineair. Dat levert verschillende sterktes op: visuele denkers maken complexe info snel inzichtelijk, verbale/lineaire denkers bouwen strakke redeneringen op, associatieve denkers leggen onverwachte verbanden voor innovatie, sequentiële denkers borgen consistentie en robuustheid.

Wat je ziet in de samenwerking: variatie in tempo en volgorde van denken, voorkeur voor voorbeelden of definities, behoefte aan whiteboard/diagram of juist tekst, sterkte in “out-of-the-box” of in “edge cases” uitdiepen; je ziet zowel conceptuele sprongen als minutieuze checks & balances.

Wat kan helpen in het werk: laat mensen zelf kiezen in welke vorm ze hun redenering delen (schets, schema, verhaal, …), vertaal in vergaderingen regelmatig tussen concrete voorbeelden en abstracte concepten, …

 

E voor Effectief (zelfsturing)

Zelfsturing gaat breder dan plannen: het omvat opstarten en afwerken, prioriteren en schakelen, tijd inschatten, aandacht richten (en beschermen), impulsen sturen, emoties reguleren en zelfmonitoring/werkgeheugen. Verschillende profielen leveren andere waarde: ritme- en structuurprofielen brengen voorspelbaarheid, kwaliteit en stabiliteit; respons- en sprintprofielen brengen snelheid, creativiteit en besliskracht wanneer het nieuw of complex wordt.

Wat je ziet in de samenwerking: moeite met het inschatten van doorlooptijden of net strak plannen, snel afgeleid of net heel diepe focus, ideeën in de groep gooien of pas delen als alle details uitgewerkt zijn, gemakkelijk starten of sterk in afwerking, …

Wat kan helpen in het werk: timeboxing, visuele timers, parkeerplek voor ideeën, vaste beslisstructuur (vb Consent), taal voor lastige moment, visuele borden en checklists, …

 

I voor Interpersoonlijk (sociale communicatie)

Niet iedereen leest tussen de regels. Waar de ene vlot inspeelt op impliciete signalen, voelt de ander zich veiliger met expliciete, directe communicatie. Dat kan tot misverstanden leiden, maar levert ook complementaire sterktes op: sfeer en nuances kunnen belangrijk zijn, maar ook de helderheid en het tempo evan directe communicatie is nuttig.

Wat je ziet in de samenwerking: variatie in oogcontact en non-verbale signalen, verschil in behoefte aan smalltalk, directheid vs. omzichtigheid, uiteenlopende verwachtingen rond aanspreekvormen en toon. Tegelijk zie je dat de één gespannen situaties kan ontmijnen door subtiel te kaderen, terwijl de ander knopen doorhakt en ruis wegneemt.

Wat kan helpen in het werk: duidelijke gespreksafspraken (doel, tijd, rollen), samenvatten wat beslist is, ruimte voor “denk-tijd” vóór je input vraagt, feedback in twee stappen (eerst feiten, dan interpretatie), en expliciet waarderen van zowel nuance als helderheid.

 

N voor iNformatie (informatieverwerking)

Niet iedereen verwerkt dezelfde soorten informatie even makkelijk. De één gaat vlotter met cijfers en schema’s, de ander met verhalen en tekst; auditieve input werkt voor sommigen beter, visuele voor anderen. Dat levert complementaire sterktes op: numeriek/schematisch sterke collega’s ontdekken patronen in data, narratieve/taalsterke collega’s creëren draagvlak en begrijpelijke uitleg, beeldgerichte collega’s bouwen dashboards en visualisaties die beslissingen versnellen.

Wat je ziet in de samenwerking: voorkeur voor numeriek, narratief, natuurlijke taal (gesproken/geschreven), non-verbaal (beeld), of notaties en symbolen (code, formules); je ziet zowel scherpte in analyses als helderheid in verhalen en visualisaties.

Wat kan helpen in het werk: multimodaal communiceren (kort + detail, woord + beeld, …), samenvattingen met kernpunten, duidelijke structuur (kopjes, bullets), en waar mogelijk een korte audio/beeld-uitleg naast de tekst — zodat elke verwerkingsvoorkeur toegang heeft tot dezelfde informatiekwaliteit.

Zoals je ziet, zijn er op elke dimensie sterktes én valkuilen te vinden. Meer nog: dezelfde kwaliteit kan op één manier een sterkte zijn, en op een andere manier een valkuil. Iemand die weinig sociale signalen leest, kan net heel eerlijk en consistent zijn. Iemand die traag op gang komt, kan diepgaande analyses afleveren. De kunst is om te herkennen waar de breinvoorkeur ligt – en hoe je die optimaal ondersteunt.

 

Beter een ladder in de valkuil dan een waarschuwing ernaast

Net omdat sterktes en valkuilen dicht bij elkaar liggen, kan het nuttig zijn om ook in onze ondersteuning anders te denken. Niet enkel ervoor zorgen dat mensen niet in hun valkuil tuimelen, maar ook een ladder klaarzetten zodat ze er snel weer uitgeraken. Sommige valkuilen horen nu eenmaal bij iemands profiel – en zullen af en toe opduiken, zeker in situaties van stress.

Een “ladder” kan een checklist zijn, een buddy, een visuele reminder, een korte opvolging na elke sprint. Het zijn kleine, herhaalbare steunpunten of afspraken die iemand in staat stellen om zichzelf weer op de rails te krijgen als het eens fout loopt.

 

Wat dit vraagt – en wat niet – van leidinggevenden en werkgevers

Deze manier van kijken vraagt geen diepgaande diagnostische kennis. Je hoeft niet te weten wat je moet doen voor een medewerker met AD(H)D, en hoe dat verschilt met wat je moet doen voor een medewerker met autisme.

Deze praktische aanpak van neurodiversiteit vraagt nieuwsgierigheid naar hoe iemand functioneert, en de bereidheid om ruimte te maken voor verschil. Niet door uitzonderingsmaatregelen te nemen, wel door bewuste keuzes te maken en op die manier een werkomgeving te bouwen waarin verschillende werkstijlen harmonieus samenwerken.

De breinwijzer geeft je concrete perspectieven om naar jezelf, naar collega’s en naar samenwerking te kijken. Hoe verwerkt deze collega informatie? Wat helpt mij om gefocust te blijven? Hoe geef ik feedback op een manier die landt?

Het goede nieuws: veel van de antwoorden op deze vragen zijn universeel bruikbaar. Duidelijke communicatie, voorspelbare werkstructuren, keuzevrijheid in prikkelbeheer… ze helpen niet alleen neurodivergente collega’s, maar verbeteren het werkklimaat voor iedereen.

Het verschil zit in hoe je kijkt

Neuroinclusie betekent niet dat je ineens expert moet worden in diagnoses. Het betekent dat je leert kijken naar verschillen die ertoe doen – en die zichtbaar worden in hoe iemand communiceert, plant, denkt en werkt.

De 5 dimensies van BREIN-wijs bieden daarbij een praktische bril. Ze helpen je om voorbij het label te kijken en het gesprek te openen. Niet over “wat iemand heeft”, maar over “wat iemand nodig heeft om tot zijn recht te komen”. Daar zit de winst – voor mensen én voor teams.

Meer weten? We geven hier regelmatig webinars over. Schrijf je in op onze nieuwsbrief, of volg ons op LinkedIn om als eerste op de hoogte te zijn wanneer er weer zo’n webinar aankomt!

Muriel Van Gompel
Consultant neurodiversiteit & organisatieontwikkeling

Door haar jarenlange ervaring in leidinggevende functies kent Muriel de realiteit van het bedrijfsleven door en door.  Die ervaring combineert ze met een uitgebreide kennis over (neuro)diversiteit én over specifieke neurotypes.  In de begeleiding van teams en organisaties slaagt Muriel erin complexe thema’s toegankelijk en toepasbaar te maken. Haar aanpak combineert wetenschappelijke inzichten met praktijkervaring, en stelt haalbaarheid voorop.

Zij begeleidt zowel de Neurotalk! en de Neurodiscovery sessies, en doet dit in het Nederlands, het Frans, het Engels of een combinatie van de drie talen.

 

Muriel Van Gompel

Meer blogs