Om te beginnen: de éne hoogbegaafde is de andere niet.  Iedereen heeft zijn eigen talenten en persoonlijkheid, en dat is ook zo voor hoogbegaafden.  Dus je kan nooit met zekerheid zeggen dat iemand creatief is, want (cognitief) hoogbegaafd.  Nochtans is er in de literatuur veel te doen rond creativiteit en hoogbegaafdheid.

Enerzijds is er de gedachtengang dat creativiteit een vorm van hoogbegaafdheid is.  Vaak wordt dan gedacht aan kunstproductie: iemand die buitengewoon goed is in beeldende kunst, of in in muziek, wordt dan als “hoogbegaafd” bestempeld.  En het spreekt vanzelf dat er bij deze mensen sprake is van een bijzondere begaafdheid, die echter niet altijd overeenkomt met cognitieve hoogbegaafdheid.

Anderzijds, kan je creativiteit zien als het vermogen om verschillende originele en gepaste oplossingen te bedenken voor een probleem, en dan is er wel een duidelijk verband met (cognitieve) hoogbegaafdheid. Zo zien we dat hoogbegaafden 2 tot 3 keer méér oplossingen bedenken, dat die oplossingen tot 2 keer zo origineel zijn, en dat ze tot wel 5 keer verder zijn uitgewerkt (Fabio & Buzzai, 2020).

Natuurlijk gaat het hier om gemiddelden, en kan het best dat je onwijs creatief bent, zonder dat je hoogbegaafd bent, of dat je hoogbegaafd bent en zelden een origineel idee hebt.  En toch: als je hoogbegaafd bent, is de kans beduidend groter dat je méér, meer verschillende, en beter uitgewerkte oplossingen bedenkt. Dat is een aantoonbaar feit.

Roept dit vragen bij je op?  Laat het ons weten, we zijn benieuwd naar jouw ervaring!