Ik las het laatst op Linked In: “Winnaars geven nooit op, opgevers winnen nooit!”  Het was bedoeld als een felicitatie voor iemand die inderdaad veel obstakels overwonnen had, en dat is vanzelfsprekend mooi.  En toch.  De boutade bleef hangen, want eigenlijk vind ik ze fout.  Toxisch, zelfs, om het met een modewoord te zeggen.

Soms is bijsturen, herijken, loslaten gewoon de beste optie.  Is dat opgeven?  Het kan zo voelen, of het kan zo lijken, ja.  Moet je daarom toch maar volhouden?

Mijn favoriete antwoord: het hangt ervan af.  Is het de korte pijn van een lastige examenperiode, een tijdelijke samenloop van omstandigheden?  Dan is volhouden wellicht de boodschap.  Maar is het buikpijn op elke maandagochtend?  Cynisme over de organisatie waar je werkt?  Is het een constante stretch, en zie je weinig of geen licht aan het einde van de tunnel?  Verander dan ajb van richting.  Maak een plan, zorg voor zuurstof zodat je rustig kan nadenken, vraag steun aan vrienden, aan familie en aan je werkgever, en doe wat jij nodig hebt.

Geef je een “mooie” functie op omdat de organisatie van jou verwacht dat je handelt tegen je overtuigingen?  Geef je je studie op als je tot het besef komt dat je liever met je handen werkt en niet alleen met je hoofd?  Geef je je eigen bedrijf op omdat je kiest voor meer mentale rust?  Nee, je kiest.  Voor je overtuigingen, voor je talenten, voor je geluk.  Dan wordt kiezen winnen – voor iedereen. Après tout, il n’y a que les idiots qui ne changent pas d’avis.  Toch?

De grootste uitdaging is niet volhouden “tot je erbij neervalt” – dat doen al veel te veel mensen.  De grootste uitdaging is het verschil maken tussen een tijdelijke dip, waarbij je inderdaad even op je tanden moet bijten, en een structureel verlies van energie.  In dat laatste geval is volhouden zowat het slechtste dat je kan doen.  Dan is het tijd om aannames in vraag te stellen en vanuit je eigen waarden vorm te geven aan je leven.  Dat is niet “opgeven”, dat is bijsturen.